| Ter Leering en de vermaeck..... Logisch |
| Home | Sudoku | Kruiswoord | Bioritme | Cijfers | Letters | Coderen | Nimms | Roulette | Elf-proef | Weetjes | Kunstjes |
|
|
|
getallen: er staat méér dan je zou denken! |
F |
1 kg |
Het denkspel werd voor het eerst gebruikt in een intelligentietest. Zowel de vaardigheid in lezen alsook het maken van logische conclusies door de testpersoon werd met deze test onderzocht. Van belang is het om tussen de regels te lezen. De puzzels zijn dikwijls zo opgesteld dat het niet altijd direct duidelijk is welke informatie eruit kan worden gehaald. In de uitwerking bij getallen (kunnen ook leeftijden, diktes, tijdstippen etc, zijn) wordt aangegeven hoeveel informatie je dikwijls kan halen uit ogenschijnlijk simpele stellingen. De test in puzzelvorm maakt gebruik van hokjes die, mits zorgvuldig ingevuld, kunnen leiden tot de oplossing. Dat zorgvuldig invoeren gaf mij echter meer problemen dan gemak. Een vergissing is snel gemaakt en slordigheden zijn uit den boze! Zelf maak ik dan ook bij de oplossing vrijwel uitsluitend gebruik van het oplossingskader. De hokjes vul ik in als geheugensteuntje. Het programmaatje is gemaakt als grapje en uitdaging. Het viel niet mee om de juiste algoritmes te vinden. Uiteindelijk heb ik ook hier gebruik gemaakt van het tweetallig stelsel: immers een gegeven is waar of niet waar. Het tweetallig stelsel heeft de volgende aangename eigenschap: voorbeeld: 1111 is altijd kleiner dan 10000 (16) Combinaties: 1111 (=15)Pas als er nog maar 1 teken overblijft is de stelling waar. Dus 1, 10, 100 of 1000 kan slechts waar zijn. (1-2-4 of 8)Zodra het getal exact 2^x is weten we dat we een ware stelling hebben. Het is immers niet mogelijk om met 1-2-4 en 8 een combinatie te vormen die 1-2-4 of 8 is. De x geeft dan tegelijk de plaats aan van de plaats van het groene (ware) blokje. Uw op en aanmerkingen worden door mij op prijs gesteld !peter@koolwijk-cijfers.nl © peter koolwijk |
|||||||||||
|
G |
2 kg |
|||||||||||||
|
H |
3 kg |
|||||||||||||
|
I |
4 kg |
|||||||||||||
|
J |
5 kg |
|||||||||||||
|
A weegt 3 kilo :
|
||||||||||||||
|
A weegt zwaarder dan H
|
||||||||||||||
|
A lichter dan X, die weer lichter is dan Y.
dus: A < X < Y (NIET de op een na zwaarste) Het gewicht van A maximaal 3 kg.
|
||||||||||||||
|
A lichter dan X, maar zwaarder dan Y.
|
||||||||||||||